WELKE MARKETINGWETTEN VERKLAREN SUCCES OUTLETCENTRA?

door: bas Hakker  |  frank.news

Outletcentra lopen als een trein, maar wat zijn de marketingwetten van merkparadijzen als Batavia Stad en Rosada Fashion Outlet? De (gedwongen) eensgezindheid van de retailers en zeer doelgerichte databasemarketing op basis van voorkeuren van klanten spelen een grote rol.

 

Natuurlijk is er veel kritiek op outletcentra. De ‘merkjongens’ zouden de boterhammen van de winkeliers uit de binnensteden opeten, maar het blijven bijzondere cijfers. In 2016 steeg de omzet van Rosada met 40 procent terwijl dat percentage in 2015 op 27 procent kwam. De omzet per vierkante meter steeg het afgelopen jaar naar eigen zeggen met 78 procent en er kwamen 57 procent meer bezoekers naar Roosendaal. Ook in Batavia Stad, gelegen aan de rand van Lelystad, nam de omzet toe met dertien procent en dit jaar nog gaat ‘Batavia’ flink uitbreiden tot 150 merkenwinkels.

Miljoenen mensen 

Inmiddels komen er jaarlijks meer dan 2 miljoen mensen naar deze plek. In het Roermondse Designers Outlet zijn de merkentassen van Prada en Puma al helemaal niet aan te slepen. Daar lopen – afhankelijk van de geraadpleegde bron – jaarlijks tussen de 5,5 en 7,5 miljoen mensen rond, meer mensen dan in De Efteling. In 2017 staat ook in het Limburgse een uitbreiding gepland; tot 200 winkels. Met 45.000 vierkante meter is het ‘RDO’ dan het grootste winkelcentrum van Europa. Volgens marketingprofessor Kitty Koelemijer bij RTL komt het succes vooral door een grote groep mensen die wél merken willen, maar daar normaal gesproken geen budget voor hebben. Bovendien nemen de outletcentra de drempel weg om zo’n strakke designwinkel binnen te lopen.

Outlet in Zoetermeer gaat door

Outletcentra zijn dus een succes in Nederland, niet voor niets lijkt de kans op een variant in Zoetermeer van 18.000 vierkante meter groot na goedkeuring door de Gemeenteraad. Volgens onderzoek door de Gemeente zelf  – die wel een ‘belangetje’ heeft natuurlijk – ziet 80 procent van de inwoners zo’n outlet wel zitten. Ook in Zevenaar en Halfweg worden de komende jaren merkenparadijzen uit de grond gestampt. Over de effecten op de winkeliers in de binnensteden is van alles te vertellen, maar wij zijn nu eenmaal frank.news en dus zijn we vooral benieuwd naar de marketingwetten van deze designcentra. Is het alleen de prijs of zit er meer denkkracht achter? Hoe ga je er op dat moment voor zorgen dat er voldoende mensen komen die met een paar gevulde tassen de stadspoorten uitwandelen?

De kenner: de marketingwetten van een outlet  

Gerben Boomsma is managing director van STABLE, dat het centrale management doet van grote winkelconcentraties. Zo was dit bedrijf nauw betrokken bij de eerste twaalf jaar van Batavia Stad en ‘beheert’ het Rosada Fashion Outlet in Roosendaal. ,,Weet je wat het succes bepaalt van outletcentra? De samenwerking tussen retailers en de beheerder/eigenaar van de outlet. In traditionele winkelcentra gaat er slechts een klein beetje geld naar de winkeliersvereniging en die huurt dan een bevriende websitemaker in. Bij ons betalen retailers een huurbedrag op basis van de omzetten én een fee voor service & promotie. Een substantieel gedeelte wordt besteed aan professionele marketinginstrumenten,” zegt hij.

Gratis PR 

In de beginfase van de eerste Nederlandse outlet – Batavia Stad opende in 2001 – was het trouwens wel even zoeken naar de juiste marketingingimpulsen. De gratis PR in het NOS Journaal en de landelijke tv-campagne met Ushi leverden veel bezoekers op, maar weinig kopers. In die periode was Boomsma werkzaam bij huurder Puma. ,,We moesten echt nog zoeken naar het juiste profiel van de klant. Iedereen die normaal gesproken winkelt bij een winkel als Bristol vindt de producten in een outlet nog steeds duur. Je moet dus consumenten vinden die wél merken willen, maar niet per se de allerlaatste mode dragen. Het vergde wat tijd om die doelgroepen te vinden,” vertelt hij.

Boomsma legt uit dat de basis van het centrale marketingplan altijd het merkwinkelaanbod is en daar ga je vervolgens publiek bij zoeken. Tenminste, zo gaat dat bij Rosada. ,,Alle huurders rapporteren op dagniveau de behaalde omzetten en bezoekersaantallen omdat ze de huur op die basis betalen. Je kunt op die basis dus bijsturen om de marketingbudgetten van huurders zo slim mogelijk uit te geven. Als je dat slim en effectief doet, komen er meer bezoekers. Deze geven meer geld uit, waardoor omzetten in winkels hoger worden. Hierdoor betalen de huurders meer huur en daarmee wordt de waarde van het vastgoed hoger gewaardeerd.”

Veel onbenut potentieel  

Okay, er is dus volgens Boomsma een stevige koppeling te maken tussen investeren in marketing en omzet genereren, maar dat betekent dus dat er veel onbenut potentieel is qua doelgroep. Ergens moeten er nog voldoende merkenliefhebbers rondlopen die nog te weinig naar Roosendaal gaan voor een leuk merkshirtje? ,,Klopt,” zegt hij. ,,Dat potentieel is er. Stel dat een centrum 2 miljoen bezoekers heeft en mensen komen gemiddeld 4 keer per jaar dan heb je het over 500.000 unieke bezoekers. Dat wil zeggen 200.000 families van gemiddeld 2,5 personen die het centrum bezoeken. Dat betekent dus een enorm potentieel. Ga maar na: bij de gemiddelde Albert Heijn om de hoek komen 2 miljoen bezoekers per jaar en die zijn er 2 à 3 keer per week.”

Sort by price’ is lazy

by Seth Godin

Sort by price is the dominant way that shopping online now happens. The cheapest airline ticket or widget or freelancer comes up first, and most people click.

It’s a great shortcut for a programmer, of course, because the price is a number, and it’s easy to sort.

Alphabetical could work even more easily, but it seems less relevant (especially if you’re a fan of Zappos or Zima).

The problem: Just because it’s easy, it doesn’t mean it’s as useful as it appears.

It’s lazy for the consumer. If you can’t take the time to learn about your options, about quality, about side effects, then it seems like buying the cheapest is the way to go–they’re all the same anyway, we think.

And it’s easy for the producer. Nothing is easier to improve than price. It takes no nuance, no long-term thinking, no concern about externalities. Just become more brutal with your suppliers and customers, and cut every corner you can. And then blame the system.

The merchandisers and buyers at Wal-Mart were lazy. They didn’t have to spend much time figuring out if something was better, they were merely focused on price, regardless of what it cost their community in the long run.

We’re part of that system, and if we’re not happy with the way we’re treated, we ought to think about the system we’ve permitted to drive those changes.

What would happen if we insisted on ‘sort by delight’ instead?

What if the airline search engines returned results sorted by a (certainly difficult) score that combined travel time, aircraft quality, reliability, customer service, price and a few other factors? How would that change the experience of flying?

This extends far beyond air travel. We understand that it makes no sense to hire someone merely because they charge the cheapest wage. That we shouldn’t pick a book or a movie or a restaurant simply because it costs the least.

There are differences, and sometimes, those differences are worth what they cost.

‘Worth it’ is a fine goal.

What if, before we rushed to sort at all, we decided what was worth sorting for?

Low price is the last refuge of the marketer who doesn’t care enough to build something worth paying for.

In your experience, how often is the cheapest choice the best choice?

37% of Dutch use more Wi-Fi with 4G subscription

from: Telecompaper, Monday 20 March 2017

Over a third (37%) of Dutch people with a 4G subscription say they use Wi-Fi more to get an internet connection than when they only had 3G. About 15 percent say they use Wi-Fi less, the latest study from Telecompaper revealed, based on its Consumer Panel. The number of Dutch using Wi-Fi after stepping over to 4G from 3G has grown over the last few years, from 34 percent in both January and August 2016, and January 2015. The percentage of people that use Wi-Fi less on their smartphone has not changed much, at 46 percent.

The study concludes that mobile internet and Wi-Fi are complementary. The advent of faster mobile internet and bigger data bundles has not so far led to less Wi-Fi use among the Dutch for online services. Earlier this year, a study from Open Signal showed that on a global level, the Dutch use Wi-Fi the most: 68.5 percent of the total time they spend online on their device.

A small majority (51%) of all Dutch people also now use one of the four LTE networks in the country, according to a survey by Telecompaper in January. By comparison, in September 2013, the percentage was only at 2 percent of the Dutch active on a 4G network. About 69 percent of the Dutch say they have a 4G-capable handset, against 54 percent the year before and 14 percent in September 2013.

“…toen ik tegen zo’n gast riep dat ik geen customer journey wilde, maar gewoon dat mijn wifi het deed”

uit: NRC

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met kantoorclichés.

De mensen van sales verdienen ons respect

Ik zeg het vaak, maar ik zeg het nóg maar eens: de mensen van sales verdienen groot respect. Omdat het werk dat ze doen het belangrijkste is van het hele bedrijf – proberen te verkopen wat hun colle- ga’s in elkaar prutsen – maar vooral omdat ze zich dagelijks door een enorme berg jeukwoorden heen moeten worstelen.

Als ik een „meeting” met ze heb, verdiep ik me daarom vooraf altijd even in hun vakliteratuur. Om mee te kunnen praten, om weer even „feeling te krijgen met the brand”, om in hun „flow” te komen en om ze ergens mee te kunnen „triggeren”. En zo las ik ineens over „de customer journey.”

De customer journey is „de reis die de klant aflegt naar de aankoop van een product” en sinds het zo heet, is het er voor sales niet makkelijker op geworden. Want het is dus niet meer gewoon een klant die wifi wil, een stofzuiger of een winterjas, nee, het is een customer journey, „een klantreis” (jeuk) en iedereen moet mee. Niet alleen de klant, maar ook de mensen van sales zélf, om inzicht te krijgen in „de klantbeleving”. Dus als jullie denken: wat staat daar toch een enorme file met rugzakken, windjacks en slaapmatten: dat is dus de customer journey. Gelukkig is er de afdeling ‘customer experien- ce management’ om iedereen op de weg te houden. Die hebben ook „roadmaps” gemaakt’, iedereen kan douchen in ‘de customer experience room’ en er zijn ‘de touch- points’: de plekken waar klanten in contact komen met je product. Op al die ‘touch- points’ moet iemand klaarstaan om de klant op te vangen, zo las ik op een site, want voor je het weet is hij weer op customer journey naar een ander bedrijf. En het houdt ook nooit op hè, zo las ik ergens op een site. „Want als bedrijf wil je natuurlijk uiteindelijk dat de klantreis nooit eindigt.”

Het is dus geen snoepreisje, die customer journey, maar een survivaltocht van bikkelen, schuttersputjes graven, valkuilen, trekkershutten, into the wild, grizzly’s, en alles natuurlijk van de gebaande paden, dat snap je. „Want een customer journey is allesbehalve een geëffend pad!”, zo stond ergens en man man man, dat geloof ik graag. Ik heb zelfs gehoord van mensen die de verkeerde afslag namen op een customer journey, en nooit meer terugkwa- men.

Maar de grote verliezer op de klantreis, is natuurlijk de consument. Want die moet uren in de wacht staan bij de customer experience officer, te pas en te onpas enquêtes invullen hoe hij zijn klantbeleving ervaren heeft, en het komt natuurlijk ook niet altijd uit, om op customer jour- ney te gaan, mij in ieder geval niet.

Ik had laatst dus bijna even een fysiek klantcontact- momentje, toen ik tegen zo’n gast riep dat ik geen customer journey wilde, maar gewoon dat mijn wifi het deed. Gelukkig liep dat met een sisser af toen hij me vertelde dat het niet ging om mijn bestemming, „maar om de journey ernaar toe”.

Hij zei ook dat ik mezelf veel breder moet zien dan mijn behoeftenbevrediging alleen, en hij bracht mijn hele customer journey in kaart, compleet met „de emoties, de pijnpunten, de points of delight en de moments of truth” – google maar even, je gelooft gewoon niet dat het bestaat. En toen berustte ik erin en dacht ik: die klantreis, dat is gewoon het leven zelf. Ik heb nog maar niet tegen sales gezegd, dat daar weinig aan te plannen valt.

WiFi in Healthcare – Hospital technology trends

from: Purple.ai

Technology is revolutionising healthcare across the board but the biggest visible changes are taking place at the point of provision. Patients are now in more control of their treatment regimes than ever before and the relationships they have with their doctors are also evolving.

wifi-healthcare

This patient-centric change is being supported by a growth in wireless connectivity; something backed up by forecasts from the Wi-Fi Alliance, which states that machine-to-machine connections in the health consumer market are forecast to grow by more than eight times (54 per cent CAGR) between 2014 to 2019.

This fact hasn’t escaped the UK Government, which has pledged £1bn fund to enable free public WiFi in every NHS building by 2020. And so, with the growth of the Internet of Things (IoT), the need for strong, secure WiFi networks in medical settings is more crucial than ever, both for the doctors and patients who are utilising wearable devices, tablets and phones.

WiFi has a huge potential to expand the sphere of healthcare technology. This is highlighted in a Forrester Consulting survey, which reported that 70 per cent of respondents cited WiFi as the most important technology for supporting the growth of healthcare IoT implementations such as smart wearable devices.

These personalised applications can lower the risk of infection through the need for less invasive checks, increase patient comfort through smaller devices and improve monitoring capabilities beyond the hospital, which can lead to improved recovery times. For example, the continuous measurement of blood glucose levels could put a stop to the largely avoidable hypoglycaemic episodes that one fifth of diabetics suffer during hospital stays.

As well as enhancing health management, access to free public WiFi can help improve patients’ wellbeing. With the average hospital stay in the UK and US lasting just over five days, patients can become bored and lonely. WiFi provides connections to social networks, allowing friends and family to stay in touch, as well as offering access to entertainment, again supporting faster recovery.

Furthermore, the use of location tools on mobile devices can help save time and lower stress as patients and visitors are quickly directed to their correct destinations.

From the point of clinicians, a properly configured network can reduce nonattendance for appointments as automated reminders can be routinely triggered and delivered. With wasted appointments currently costing the NHS more than £162m a year, this is something that cannot be overlooked.

A reduction in the administrative burden offers widespread dividends; the UK’s Department of Health estimates that paperwork and routine admin currently absorbs around 70 per cent of a junior doctor’s day. In addition, it notes that new working practices can improve patient safety, such as e-prescribing, which is known to reduce medication administration errors by half.

Many processes can be sped up or improved through an implementation of an IoT platform, using connected devices and the data they generate to better manage inventories, compliance, staff and security – something, according to the Forrester report, that over half of healthcare professionals and administrators are excited about.

No drop in Wi-Fi usage despite higher 4G penetration

from: Telecompaper.com

KPN, Vodafone, T-Mobile and Tele2 have all rolled out their 4G networks, and while consumers are increasingly adopting 4G services and using more data over the networks, this has not led to any less use of Wi-Fi services. On the contrary, a third of Dutch consumers are using Wi-Fi more often since they have access to 4G, according to research by the Telecompaper Consumer Panel.

Earlier this year, Telecompaper asked consumers if they use Wi-Fi the same, more or less since they have access to a 4G network. The survey found that a third (34%) use Wi-Fi more. Nearly half (49%) said there was no change in how much they use Wi-Fi, and 15 percent said they use it less. Three percent said they don’t know.

2016-07-06_1050

Men (37%) were more likely to say they use more Wi-Fi than women (29%) since gaining access to 4G. The age group 20-29 also indicated increased Wi-Fi usage, at 39 percent compared to a market average of 24 percent.

Compared to the same survey a year ago, there was little change in the responses. In January 2015, 34 percent also said they used Wi-Fi more since gaining access to 4G, while 43 percent saw no change in their Wi-Fi usage and 19 percent used Wi-Fi less.

Since the previous survey, 4G access has become more widespread. KPN, Vodafone and T-Mobile have all completed their network roll-outs, and Tele2 is nearly finished. The operators are also upgrading speeds with LTE-Advanced and launching voice over LTE. More and more consumers also have 4G phones and are increasing their data usage.

4G and Wi-Fi complementary

Despite the growing penetration of 4G, Wi-Fi usage is not letting up. A possible explanation is that the faster 4G connections stimulate mobile internet use, driving consumers to connect more often, also over Wi-Fi. 4G also uses up data allowances faster, causing consumers to turn to Wi-Fi more to avoid overspending. Unlimited mobile data plans are no longer available in the Netherlands.

Quarter watch more videos with 4G

The faster 4G networks are used often for watching videos and streaming music, which consume a significant amount of data. A quarter of the 4G users (24%) said they watch videos more, for example over YouTube or Facebook, than when they were on 3G. Only 4 percent said they watch less video on 4G.

2016-07-06_1054

Fourteen percent said they stream music more since having 4G instead of 3G. Other research by Telecompaper shows that almost half smartphone users have a music app installed on their phone.

Only 12 percent of 4G users said they are streaming films or TV series more, while twice as many said their streaming had not changed since they started using 4G. Five percent said they even stream video less since getting 4G. A majority (57%) still don’t stream movies or TV programmes over the mobile network, even though they have 4G.

This research is based on the Telecompaper Consumer Panel. The survey was conducted in January 2016 (n=574) and January 2015 (n=169). Panel participants were asked the questions: “Do you use Wi-Fi more, less or the same since you have access to a 4G network?” and “Do you do the following activities more, less or the same over mobile internet since you have 4G access?”. Panel participants are aged 12-80, and results are stratified according to age, gender and education. For more information about research opportunities with the panel, please contact research@telecompaper.com.

“Trendkaart Retail” volgens Creating 010

Trendkaart

  1. Hybridisering en Flexibilisering

Fysieke retail raakt steeds meer verweven met andere maatschappelijke functies, zoals horeca, persoonlijke dienstverlening en entertainment. Ook is de levensduur van retailformats steeds korter en wordt retail mobiele, verbindt zich slechts tijdelijk aan plaats (nomadic retail).

  1. Contractie

De oppervlakte die retail inneemt wordt kleiner, onder meer door de opkomst van online retail Bovendien wordt de ruimte anders gebruikt Retail raakt daarmee geconcentreerd in een kleinere gebieden, vooral de binnensteden.

  1. Consumenten als co-producenten.

De rol van consumenten als coproducenten wordt belangrijker. Behalve dat ze context vormen voor andere consumenten in fysieke retail komen ze meer aan de stuurknuppel bij de bepaling van aard en inhoud van producten, geven ze vorm aan ervaringen en oefenen door hun interventies online (user-generated-content), invloed uit op merkwaarde en -beleving van anderen.

  1. Customer data als stuwende kracht

Data over consumenten zijn in omnichannel omgeving de sleutel tot nieuwe vormen van waarde creatie, maar ook voor allerlei nieuwe vormen van het te gelde maken van waarde, op verschillende momenten, plaatsen en gelegenheden.

  1. Nieuwe waarden van consumenten

Nieuwe waarden, als duurzaamheid, authenticiteit en oog voor het lokale, zorgen voor verschuivingen in de motivaties van consumenten. Dat heeft vergaande implicaties voor klantengedrag en in laatste instantie ook voor het succes en falen van retailformats.

  1. Omnichannel retail

Retail van de toekomst is voor het grootste deel de volkomen en naadloze integrate van fysiek en virtueel waarbij de waarde van verschillende kanalen alleen maar bepaald kan worden aan de bijdrage van de totale propositie.

  1. Demografische ontwikkelingen

Demografische ontwikkelingen hebben invloed op preferenties, koopkracht en koopgedrag. Voor de nabije toekomst zijn vergrijzing, verkleuring en toenemende verstedelijking van belang.

  1. Global en local

Er is sprake van een ontwikkeling in retailformats en -brands in twee tegengestelde richtingen. Global brands zijn in opmars in retail waarbij ook global consumer brands de stap naar dedicated retail maken. Anderzijds gaat lokale retail steeds meer richting lokale identiteit en verbinding met lokale productie. Daardoor is er steeds minder ruimte voor het onbestemde midden.

  1. Nieuwe coalities

Door de vermenging van fysieke retail met andere domeinen in de samenleving ontstaan er nieuwe coalities in het retail waarde netwerk. Dat geldt ook binnen winkelgebieden die de concurrentie met andere gebieden willen aangaan. Aard en inhoud van de samenwerkingsverbanden binnen online retail verschillen van die in de fysieke retail

  1. Post-internet

Onze cultuur wordt steeds meer gekarakteriseerd als post-internet. Het web is dermate onderdeel van ons dagelijks leven dat we het niet meer als een apart verschijnsel benoemen en herkennen. Virtualiteit is realiteit geworden. Internet of Things zal deze ontwikkeling verder versterken. De kracht van technologie groeit naarmate ze onzichtbaarder wordt. Retail is hierin een voorloper.

Retailinnovatie in Rotterdam, Creating 010, April 2016

http://creating010.com/projecten/retailinnovatie-in-rotterdam

Explosieve groei gebruik WiFi buitenshuis in Nederland

bron: Telecompaper

Steeds meer Nederlanders maken ook buitenshuis gebruik van al dan niet betaalde toegang tot internet via WiFi. 63 procent gebruikt buitenshuis gratis WiFi met een wachtwoord (bijvoorbeeld bij vrienden of familie), terwijl vier op de tien Nederlanders het afgelopen half jaar wel eens gebruik heeft gemaakt van toegang tot internet via een niet met wachtwoord beschermde WiFi-hotspot. Dat blijkt uit cijfers van het Telecompaper Consumer Panel.

Er heeft een explosieve groei plaatsgevonden van het aantal Nederlanders dat buitenhuis gebruik maakt van gratis WiFi met een wachtwoord (zoals bij vrienden of familie, in horecagelegenheden). Tussen mei 2011 en februari 2016 is er sprake van een verdrievoudiging, van 21 naar 63 procent van de Nederlanders die het afgelopen jaar op deze wijze wel eens online gingen.

Het aantal Nederlanders dat zonder een wachtwoord het voorafgaande half jaar wel eens gebruik heeft gemaakt van gratis WiFi, stijgt eveneens. Tussen mei 2011 en februari 2016 is er sprake van bijna een verdubbeling, van 22 naar 41 procent.  Toegang tot gratis WiFi zonder wachtwoord is vooral te vinden in openbare gelegenheden, in het OV en in een toenemend aantal stadscentra.

9 procent gebruikt WiFi via eigen provider

Verder is er procentueel een vrij sterke groei van het aantal mensen dat met behulp van een wachtwoord gebruik maakt van een WiFi-hotspot van hun provider (zoals van KPN en Ziggo). Tussen mei 2011 en februari 2016 ging dit percentage van 2 naar 9 procent. De afgelopen twee jaar is dit vrij stabiel gebleven.

Logischerwijze is het aantal Nederlanders dat de afgelopen jaren alleen maar thuis via WiFi online ging, navenant gedaald. In mei 2011 ging het hier nog om een meerderheid van 58 procent, in februari 2016 was dat nog slechts 18 procent.

65-plussers gebruiken vaker alleen WiFi thuis

Per leeftijd bekeken valt op dat 28 procent van de 65-plussers enkel gebruik maakt van WiFi binnenshuis. Ouderen maken ook minder vaak dan gemiddeld gebruik van gratis WiFi zonder (35% versus 41% totaal) en met wachtwoord (54% versus 63% totaal). Jongere leeftijdsgroepen maken vaker gebruik van gratis WiFi zonder wachtwoord. Bij 12-19 jarigen is dat bijvoorbeeld 45 procent tegen 41 procent gemiddeld.

Voor meer achtergrondinformatie, inzichten en begeleidende grafieken kunt u het bijbehorende achtergrondartikel lezen: 63% Nederlanders gebruikt gratis WiFi via wachtwoord.

Pull messaging in Danish shopping mall by making beacons prominently visible to your customers

Contrary to how beacons are currently installed, far from shoppers’ view at the store entrance or on the ceiling of a particular section, brands have started installing beacons more prominently in stores. For example, Herning Centret, a shopping mall in Herning, Denmark, requires users to ‘ask’ to be beaconed. Instead of pushing coupons to shoppers based on their location in the mall, Herning Centret created two ‘Coupon Zones’ where shoppers could walk in with their phone to receive coupons from nearby retail outlets.

herningCentret

In order to capture the attention of the visitors, these Coupon zones were marked with yellow circles on the floor with a banner above. As a part of this campaign, retail stores in Herning Centret provided their customers with some special, time-limited coupons, which were shown via the app at the Coupon zone. As a result, the app saw 1392 downloads over a period of nine days, out of which 665 users viewed at least one coupon thus attaining an engagement rate of 48% among customers. All in all, the campaign ended on a good note with 96% of customers mentioning that they would recommend the ‘Coupon Zones’ to others.

Norbulk Shipping goes paperless in the Cloud

crew-management-training

from: thedigitalship.com

Ship management company Norbulk Shipping is moving towards operating ‘paperless ships’, as it migrates its IT systems to the Cloud.

The Glasgow-based ship manager is working with Cloud Technology Solutions on the project, a Google partner offering cloud migrator services.

Norbulk began the project with a pilot scheme in its Glasgow office. After running the pilot through various levels of the company for two months and receiving positive feedback, it rolled out across other management offices in Riga, Saint John New Brunswick, Manila and St Petersburg.

“We are continually developing our management systems and implementing cloud-based technology has assisted our goal of adopting paperless systems,” explained Peter Karlsen, director at Norbulk.

“With improved communications and transparency, we are able to access and interpret greater amounts of information.  The benefits to the company through this change in information flow are very real – systems do run much more efficiently as a result.”

“As far as the quality systems go and the audits we carry out on the ships, they’re pretty thorough – something that is important in today’s market because there is simply no margin for error. Standards have been set so high now and there is a greater emphasis on quality management systems, the environment, and competent crew.”

The majority of the 80-plus ships managed by Norbulk are run electronically, using the cloud-based technology for daily communication. With the use of the cloud migrator Norbulk says it was able to move e-mail, calendars, contact and appointments from its old mail server to the new cloud-based system.

“I’m always impressed when people come to the office and we are able to show them on a big screen submissions from ships, and all the documentation is there in an integrated management system,” Mr Karlsen added.

“There are still a lot of handwritten forms that need to be filled in, but everything is logged into the system electronically. We have even moved over to paperless purchasing. Everyone is now trying to reduce the amount of paper that’s around.”

“You won’t stay competitive unless you look ahead at advancements and digitisation and how that’s going to improve your businesses going forward.”