Vodafone test 4G met extra bandbreedte via wifi-frequenties

vodafone-test-4g-met-extra-bandbreedte-via-wifi-frequenties

bron: nu.nl

Vodafone heeft een test uitgevoerd waarbij de bestaande 4G-frequenties worden aangevuld door frequenties die normaal gebruikt worden door wifi-netwerken.

In de toekomst moet deze techniek zorgen voor extra bandbreedte op het immer drukker wordende 4G-netwerk, meldt de provider woensdag. De snelheid en capaciteit van het netwerk moeten met de extra frequenties ook in de toekomst voldoende blijven.

KPN, Vodafone, T-Mobile en Tele2 kochten in 2012 voor in totaal 3,8 miljard euro speciale 4G-frequenties. De wifi-frequenties die Vodafone tijdens de test gebruikte zijn “vergunningvrij” en kunnen dus worden ingezet zonder dat er een nieuwe veiling hoeft te worden gehouden.

Goede match
Het gaat om frequenties in de 5 GHz-band. Die wordt al gebruikt door moderne routers om snelle wifi-netwerken op te zetten. De relatief hoge frequentie zorgt voor een hoge internetsnelheid, maar heeft wel een vrij beperkt bereik. Vermoedelijk zijn de extra frequenties vooral geschikt voor gebruik in drukke gebieden, waar extra capaciteit nodig is.

Volgens Vodafone was er bij het gebruik van zowel 4G als wifi in dezelfde frequentieband een “goede match mogelijk”. De twee zouden dus niet op elkaar moeten storen. De provider zegt een techniek te gebruiken die uitzoekt waar in de 5 GHz-band ongebruikte ruimte over is. Ook als wifi en 4G hetzelfde kanaal delen moet het mogelijk zijn om te voorkomen dat een storing ontstaat.

Vodafone zegt te hopen dat de combinatietechniek wordt opgenomen in de 3GPP-standaard, die door providers, netwerkbouwers en makers van smartphones wordt gehanteerd. Dat gebeurt op zijn vroegst in 2016. Voor die tijd zal Vodafone de techniek in ieder geval niet in de praktijk uitrollen.

Hotels invest to improve Wi-Fi for guests

635793806958004423-XXX-BIZ-TRAVEL-EXTENDED-STAY-3-24363287

from: USA Today

Nowadays, business travelers want to hop on the Internet quickly, whether it’s for work or to stream their favorite TV shows at the end of a long day. And hotels have gotten the message, investing heavily in the infrastructure that’s necessary to make it happen.

A new report released by NYU’s School of Professional Studies projects that the U.S. lodging industry will spend a record $6.4 billion on capital expenditures this year, and upgrading Internet service is often one of the top priorities.

“It is one of the more common capital expenditures,” says Bjorn Hanson, the NYU clinical professor who authored the study, adding that the typical amount spent by a hotel to improve Internet service is $40,000.

And while some hotels, particularly more expensive, luxury properties, tend to charge for Internet access, the upgrades taking place throughout the industry are not about fees but keeping customers happy.

“The investment has been more about customer satisfaction than any enhancing of revenue,” Hanson says. “Whether people are paying for it or not, if they can’t get access or keep getting bounced off, it’s a ‘dissatisfier.’”

Many Marriott hotels are bolstering Internet offerings by improving access points, routers and wiring of the local area network around the individual property, says John Wolf, a Marriott spokesman. Those upgrades help improve Internet speed and reliability.

At Starwood, more than 50% of guests were connecting to hotel Wi-Fi as of 2014, and up to 75% of the devices being used to tap into the Internet are mobile.

To meet the demand, the company has boosted standards for its hotels each of the past three years to make Wi-Fi offerings more robust. Its properties are augmenting or replacing Wi-Fi equipment and working with their ISPs to expand bandwith. Starwood is also requiring all of its hotels to bring in independent third parties to conduct surveys and confirm that the property’s Wi-Fi adheres to Starwood’s requirements.

“It’s pretty simple,” says Brennan Gildersleeve, Starwood’s vice president of brand and guest technology. “More and more guests are connecting more and more devices all while enjoying media-rich content. Our hotels are continually investing in Wi-Fi improvements to satisfy this demand.”

Hilton Hotels have also been boosting their Wi-Fi technology. “Wi-Fi is the most widely used on-property amenity according to our customer satisfaction data,‘’ says Jim Holthouser, executive vice president, global brands, Hilton Worldwide. “We give guests the ability to choose how they want to connect during their stay and we’ve built the infrastructure to provide an easy and consistent online experience at our hotels globally.”

At some hotels, complimentary Wi-Fi is offered as a perk to the most loyal guests.

For instance, though certain hotel families under the Starwood brand, like Element andSt. Regis, offer free Internet access to all guests, and all hotels have certain spaces that are free hot spots, other properties within the Starwood family provide complimentary access specifically to members of Starwood’s loyalty program who book directly through hotel channels.

Similarly, members of Hilton HHonors, the brand’s loyalty program, who reserve a room through Hilton or associated channels, get complimentary Wi-Fi at Hilton hotels worldwide.“Guests may choose between two different Internet speeds,” Holthouser says, “standard Internet access, suitable for those guests looking to send emails or browse the Web, and premium access, which provides faster speeds to stream video or enjoy other bandwidth-intensive applications.’’

In the Marriott family of hotels, the JW Marriott Essex House in Manhattan has seen the benefits of its Internet investment firsthand.

“When the opportunity to have streaming Netflix, Hulu, Crackle and Pandora arose earlier this year,”  says Kathleen Duffy, a spokeswoman for Marriott International, “the hotel was already in place with heightened bandwidth, allowing fast or even faster streaming than in one’s own home.”

But across the hotel sector, some business travelers say more has to be done.

“Most high-speed internet at hotels is really just medium-speed Internet, and it is getting slower as more devices access overworked infrastructure,” says Doug Houseman of Plymouth, Mich. A vice president of technical innovation and member of USA TODAY’s panel of Road Warriors, he added that “most hotels need to rethink the amount of bandwidth they have available. In 2000, it was fine. In 2015, not so much.”

Nieuw lab van TU Eindhoven onderzoekt supersnel wifi en minuscule sensoren

nieuw-lab-van-tu-eindhoven-onderzoekt-supersnel-wifi-en-minuscule-sensoren

van: nu.nl

De TU Eindhoven heeft een nieuwe afdeling opgezet om onderzoek te doen naar de toekomst van draadloze communicatie. De universiteit onderzoekt supersnelle wifi en goedkope, minuscule sensoren zonder draden. Dat laat de TU Eindhoven donderdag weten.

In totaal zo’n zevenhonderd vierkante meter aan laboratoria zijn gebouwd onder de naam CWTE Labs (Center for Wireless Technology Eindhoven).

“We hebben hier alle labs en disciplines bij elkaar die je nodig hebt om draadloze systemen als geheel te bestuderen en dat is vrij uniek”, aldus de directeur van het nieuwe lab, Peter Baltus.

De TU Eindhoven heeft het lab opgezet om op de toekomst voorbereid te zijn waarin steeds meer producten met internet verbonden zullen zijn. “Alleen al in elk huis zal het gaan om vele tientallen apparaten en sensoren”, aldus de universiteit.

Supersnelle WiFi 
Er zijn drie grote onderzoeksprogramma’s waar de TU Eindhoven zich nu  op richt. Een daarvan is de ontwikkeling van wifi imet een snelheid van 1 TB per seconde in 2020. Dat is zo’n duizend maal sneller dan de huidige wifi-netwerken. Deze hoge snelheid is nodig om alle apparaten tegelijk draadloos te kunnen laten verbinden.

Daarnaast wordt gewerkt aan nieuwe draadloze sensoren. De universiteit onderzoekt minuscule en goedkope sensoren die weinig tot geen stroom nodig hebben. “Ze halen hun energie uit de radiogolven van het draadloze netwerk. Bijvoorbeeld minuscule temperatuursensoren die in elke kamer de temperatuur meten en waar geen enkel draadje aan te pas komt.”

Tot slot wordt onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van terahertztechnologie waarbij duizend miljard trillingen per seconden worden gebruikt om haarscherp dingen in beeld te brengen in bijvoorbeeld de medische wereld. Ook kan het zogeheten elektromagnetische frequentiegebied ingezet worden om wapens beter te detecteren.

Lab opengesteld
Het lab is volledig elektromagnetisch afgeschermd van de buitenwereld om verstoringen van telefoonverkeer te voorkomen. Ook is ervoor gezorgd dat de temperatuur heel stabiel is en er nauwelijks statische elektriciteit is. Op deze manier zijn de metingen zo nauwkeurig en betrouwbaar mogelijk.

De TU Eindhoven stelt de CWTE Labs ook beschikbaar voor bedrijven en hoopt dat bedrijven zich aanmelden om onderzoek te doen.

‘t Is hier fantastisch

van: adformatie.nl
Aljan de Boer, blogger

Op de camping met de digitale consument.

Na het opzetten van de tent volgde het verkenningsrondje. Al flanerend over de camping werd mijn blik gevangen door een uiterst interessant fenomeen. Met gebogen houding en blauw gezicht van hun oplichtende smartphones had zich een stilzwijgend gezelschap verzameld op een van de donkerste punten van de camping. Even dacht ik getuige te zijn van een nieuwe rage onder tieners. Maar nee, dit was het WiFi punt.

Een stukje verder zat een groepje mensen, hun gezichten dezelfde kleur, in stilte op een rij bij het opstapje naar het toiletgebouw. Hier verzamelden zich met name ’s avonds een groep tieners. Sommigen vergezeld door hun moeder.

De volgende ochtend was het bijna net zo druk, maar nu waren het vooral mannen met een gezond buikje en een tablet. Sommigen hadden hun favoriete mok in de hand, de benen ontspannen gestrekt als zaten zij in een gezellig café.

Deze kans om de digitale consument nader te observeren kon ik niet aan me voorbij laten gaan. Aangezien iedereen druk met zijn scherm in de weer was kon ik vrij mijn gang gaan. Als een vlieg zoemde ik rond en keek onopvallend over schouders mee naar wat zich op de smartphone schermpjes afspeelde. De tieners gebruikten Whatsapp. De mannen met mok lazen hun kwaliteitskrant. Die hadden alle tijd.

Extreme sprongen in klantcontact

Waar ik een extreem geval ben en zoveel mogelijk tijd offline doorbreng tijdens mijn vakantie, kreeg ik dankzij de WiFi punten inzicht in een andere groep; de meer extreme gebruikers. Altijd bereikbaar. Als je ziet dat mensen zich, zelfs op hun vakantieadres, om die reden dagelijks richting een WiFi-paal begeven, verbaast het niet dat merken ook moeite doen om het contact met hen, de klant, te optimaliseren.

In de zoektocht naar klantcontact maken merken extreme sprongen.

Neem de Aldi, die besloot dit jaar de fax te vervangen en de revolutionaire overstap te maken naar e-mail. Dit is vooral extreem omdat het 2015 is, 20 jaar nadat e-mail echt populair werd. Waar de consument is, moeten wij ook zijn, zullen ze gedacht hebben.

Merken gaan niet alleen mee naar de kanalen die mensen gebruiken, maar ze passen zich ook aan aan de snelheid waarmee mensen een antwoord of reactie verwachten. Er waren ooit merken, zoals Hema, die op vrijdag lieten weten maandag weer te reageren op tweets. Tegen de tijd dat het maandag is, is de klant echter al zes keer naar de WiFi-paal gelopen om te zien of er een reactie binnengekomen is.

Een beetje webcare team is tegenwoordig dus ook in het weekend online. Nog extremer, KLM vermeldt hoe snel (in 15 minuten) ze reageren, aldus de Facebook-pagina.

Een leven zonder WiFi
Op een avond liep ik opnieuw langs en zag ik niemand. ‘WiFi doet het niet hoor’ aldus een gefrustreerde tiener. ‘Al 10 minuten niet!’ Hij sloot af met een uitsmijter, een krachtterm die mij deed beseffen dat een korte periode zonder WiFi een helse ervaring moet zijn. Een dag offline zijn is op zijn minst onwenselijk. Je bent immers op vakantie.

Maar wat de digitale consument wil gaat verder dan alleen snel contact. We willen dat onze behoeften snel vervuld worden. Honger? Uber Eats laat je kiezen uit een aantal gerechten van restaurants in de buurt, waarna het een Uber driver inzet om het in tien minuten op je tafel te zetten. Net als het bestellen van een taxi.

Zin in een biertje? Taiwan Beer en Lakemaid Beer bezorgen per drone. Cadeautje nodig? Met Amazon Prime Air krijg je het binnen 30 minuten bezorgd. Moeten merken hun hele supply chain en bezorging gaan inrichten om zo snel mogelijk te leveren? En kunnen we zelfs op de camping echt geen dag zonder internet? Hoe gek mag het worden?

Terug bij mijn tent vroeg ik me af wat ik met mijn korte verkenning van het digitale consumentengedrag aan moest. Maar al snel zag ik de mannen met hun iPads terug naar hun campers wandelen en de tieners met hun waterski’s onder hun arm richting het meer rennen.

Opgelucht nam ik een slok van mijn koffie. Ze hadden een reden gehad om zich bij het gezelschap op de stoep van het toiletgebouw te voegen en nu zat het er weer op. Voor die ochtend tenminste.

Iedere marketeer die zich buigt over de vraag hoe de processen customer centric ingericht moeten worden, doet er verstandig aan het te beschouwen als een WiFi-punt op een mooie camping waar van alles te beleven is. Een punt waar men naartoe gaat met een duidelijk doel en weinig geduld, om vervolgens zo snel mogelijk weer over te gaan tot de orde van de dag.

LTE-U is coming to take your Wi-Fi away, consumer advocates warn

062915-utility-100593958-primary.idge

from: networkingworld.com

A carrier technology that uses Wi-Fi frequencies to provide LTE connectivity could let the big wireless providers mess with your home connection and push you on to their networks, according to comments filed today with the FCC by several watchdog groups.

The technology is called either LTE – Unlicensed or Licensed Assisted Access (LTE-U or LAA), and it essentially works by using 4G/LTE radios to send and receive data via the same 5GHz frequencies as Wi-Fi. This lets carriers offload traffic from their congested licensed networks to consumer Wi-Fi, easing the load.

But there’s a catch, according to a coalition of public interest groups, including the Open Technology Institute, Public Knowledge, Free Press, and Common Cause. In their official comments to the FCC today, the group argued that unregulated use of LTE-U technology – which operates on the same frequencies as existing Wi-Fi – would allow America’s large wireless providers to degrade the functionality of existing home wireless networks, provisioned by landline cable or fiber services.

“Carriers deploying LTE-U will have the apparent option to adjust their access points to introduce just enough latency to frustrate consumer use of real-time applications, such as video calling,” the group’s filing said. “Moreover, mobile carriers deploying LTE-U and LAA operators will entirely avoid the ill-effects of any resulting poor coexistence on unlicensed bands, since they can shift their users and traffic at will to their exclusive, licensed spectrum.”

The group urged the FCC to seek more input from stakeholders beyond the carriers themselves, and to push for safeguards against anti-competitive behavior.

Sprint had no comment on the watchdog groups’ filing, while Verizon referred us to its own filing on the matter, which says such concerns are “misplaced” and argues strongly against any additional regulation for LTE-U technology. T-Mobile said that it is “working with standards bodies on protocols that allow LTE-U to coexist with Wi-Fi.” AT&T did not respond to a request for comment.

Why Meraki’s Founders Think Their New Startup Can Reshape Sensors Like They Did Switches

meraki-founders-e1432047643409-1940x1091Meraki cofounders Sanjit Biswas and John Bicket are at it again with Samsara

from: Forbes.com

In 2006, two MIT grad students decided to turn their networking research into a startup called Meraki. Six years later, they sold it to Cisco for $1.2 billion. But when their time was up integrating Meraki into its new home, Sanjit Biswas and John Bicket decided to do something completely different.

The duo played around with drones and with tiny Raspberry Pi computers and smartphone chips. Eventually they realized the smaller and cheaper hardware going into those phones and wearable devices could be used for another purpose: industrial sensors.

“Whenever something shifts by a factor of ten, things really move around,” says Biswas. “This was already great for the consumer, but what about enterprise and industrial companies? None one had really been taking that approach.”

So Biswas and Bicket brought some of the old Meraki gang back together to work on new cloud-connected sensors for industry. When they formally launched their new startup, Samsara, early this year, they did so with a core team of a dozen technical staff already in place. And now as the company emerges from stealth mode, they have a big-name investor behind them, too: board member Marc Andreessen.

Andreessen Horowitz has invested $25 million into Samsara in a larger-than-usual Series A round. Andreessen, who was not an investor in Meraki, likes that the founders are bringing what worked with their previous company to a new, but not wholly unrelated, field. “The what of what they are doing is different, but the how is almost identical,” Andreessen says. “These guys have a special formula, and the playing field is bigger than it was for Meraki. There is no Cisco of industrial sensors. There is no 800-pound gorilla. So that playing field is wide open.”

Samsara raised so much money right off the bat because the challenge it’s tackling is an expensive one. Large systems like municipalities have assets like water tanks that are already checked by sensors, but they’re not hooked up to the Internet, Biswas says. And at other companies like big grocery store chains, quality control can be transformed if a sensor is tracking each pallet of eggs automatically each step of the way.

The incumbents, Samsara believes, haven’t dramatically improved their offerings in recent decades. Biswas is confident that the approach he and Bicket perfected at Meraki will allow them to move faster than those larger companies like Honeywell,Johnson Controls JCI -4.53% and GE. And at a large scale, Samsara hopes to connect your sensors for about $100,000, one-tenth the typical contract cost.

Andreessen sees Samsara as a company that can create a virtual replica of the industrial world from the data its sensors collect. Insights from that system could then dramatically change how logistics and operations are conducted, a “monster” opportunity for Samsara down the road. “A first time founder would not do this,” Andreessen says, noting that Samsara raised more than the typical Series A because it needs to solve for software, hardware and services for industrial clients all at once. “If you’ve exited a company for more than a billion dollars, you have a different conversation with VCs the next time around,” Andreessen says.

Biswas knows that he and Bicket have cut out a big challenge for themselves in an industry with slow sales cycles. But Samsara believes it has the talent and experience to overcome those pitfalls and recapture the Meraki magic for the sensor space. “You just have to outrun everyone,” Biswas says. “You can’t be just a little bit better. You have to be ten times better in some way, not 20% better than how the customer did business before.”

Finalisten Verkiezing Beste Binnenstad editie 2015-2017 bekend

DSC02486Rotterdam, Witte de Withstraat

 

van: debestebinnenstad.nl

De finalisten die gaan strijden om de titel ‘Beste Binnenstad 2015-2017’ zijn bekend! Een onafhankelijke landelijke jury koos in de categorie grote steden voor (in alfabetische volgorde) Dordrecht en Rotterdam en in de categorie middelgrote steden kwamen Gouda en Roermond als beste uit de bus.

De afgelopen maand hebben de genomineerde binnensteden de mogelijkheid gehad te motiveren waarom zij de titel ‘Beste Binnenstad 2015-2017’ verdienen. Naast Dordrecht en Rotterdam waren in de categorie grote binnensteden genomineerd: Leeuwarden, Nijmegen en Utrecht. In de categorie middelgrote binnensteden waren naast Gouda en Roermond genomineerd: Almere, Helmond, Middelburg en Uden.

De onafhankelijke landelijke jury bestaande uit experts op diverse binnenstedelijke thema’s beoordeelde de binnensteden van de genomineerden op hun ontwikkeling in de afgelopen twee jaar.

Finalisten grote binnensteden
De jury prijst de ontwikkeling die Dordrecht op het gebied van beleving, detailhandel en cultuur in de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Bovendien kan niet voorbij worden gegaan aan de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van cultuur zoals het ‘Energiehuis’. Na de komst van ‘Villa Augustus’ is er veel dynamiek ontstaan rondom het Wantij gebied. Daarnaast zet de stad zich op het gebied van detailhandel in voor ketens en voor lokale ondernemers. De jury is van mening dat de stad zich breed profileert en durft te experimenteren.

Volgens de jury heeft Rotterdam op het gebied van beleving, mobiliteit, vastgoed en detailhandel positieve stappen gemaakt. De stad heeft in de afgelopen twee jaar een enorme dynamiek gecreëerd in de binnenstad en de kwaliteit van de openbare ruimte een enorme impuls gegeven. Bovendien kan niet voorbij worden gegaan aan de ontwikkeling van diverse iconen in de stad, zoals ‘De Rotterdam’, de ‘Markthal’ en het nieuwe station. De stad heeft een heldere visie, waarbij de gemeente zelf ondernemer is.

Finalisten middelgrote binnensteden
De jury prijst de inzet van Gouda om nieuwe lokale retailers en winkeliers aan te trekken. Bovendien is een goede samenwerking aanwezig met diverse partijen in de binnenstad. Door verschillende kleine maar ook grote evenementen te organiseren verspreidt Gouda het DNA van de stad op een goede manier. Daarnaast prijst de jury de stad voor de integrale visie op cultuur.

Met betrekking tot Roermond kan volgens de jury niemand voorbij zijn gegaan aan de retail gedreven visie van de stad en de synergie tussen het Designer Outlet Roermond en de binnenstad. De jury prijst met name de stad voor het constante, hoge niveau van de binnenstad van Roermond. Tevens is de samenwerking binnen het centrummanagement van Roermond een sterk punt.

Bekendmaking winnaars
Op donderdag 8 of vrijdag 9 oktober zullen de finalisten een bezoek krijgen van de jury. Hierbij krijgen de steden enkele uren de tijd om de jury te overtuigen en de juryleden rond te leiden door de binnenstad. De winnaars worden 18 november tijdens een feestelijke bijeenkomst in Den Haag bekend gemaakt. Daarna zal bekend zijn wie zich de komende twee jaar Beste Binnenstad 2015-2017 mag noemen.

Winkel van de toekomst

bron: De Telegraaf

Proeftuin voor winkelier en consument

LORRAINE MARLISA

Wie de winkel op de begane grond van New Babylon binnenloopt, stuit niet op een gewone winkelruit, maar een waarop beelden geprojecteerd kunnen worden. In de toekomst al dan niet aangepast op de smaak van degene die langsloopt. Ondertussen registreert een camera elke beweging. Dat is niet alleen beveiliging. Het ding weet ook hoeveel mensen voorbij lopen en uiteindelijk naar binnen gaan. Om vervolgens het spoor van de bezoeker door de winkel te volgen. Pak je daarna een schoen of tas van outdoormerk Mammut op, dan registreren de kastjes waar ze op liggen dat. Deze meten ook hoe lang je de producten vasthoudt en het systeem houdt bij welke producten het meest zijn opgepakt.

Het kán allemaal. „Maar niet elke oplossing is voor elke klant. Ondernemers staan voor zoveel uitdagingen en vragen”, zegt retailonderzoeker Frank Quix van Q&A Research en Consultancy, initiatiefnemer van de Store of the Future. „Moeten ik beacons nemen ja of nee? Moet ik contactloos betalen invoeren? Heeft cash nog wel de toekomst?” Winkels zouden failliet gaan als ze al die innovaties zouden moeten uitproberen om te zien wat geschikt is. Maar met een slinkend aantal bezoekers in de winkelstraten, is niets doen geen optie.

In samenwerking met zestig bedrijven, waaronder retailers, technologieaanbieders, universiteiten en de gemeente Den Haag, hebben ondernemers nu een plek waar ze innovaties kunnen uitproberen zonder zich er direct een buil aan te vallen. Het is een van de redenen van Store of the Future. Een prettige tussenstap, vindt een van de technologieaanbieders. „Wij zijn onze tijd ver vooruit maar innovatie moet je langzaam brengen”, zegt Wouter Moll van WhiteTable.

„Retailers zijn wat conservatief. We merken dat onze visie en techniek weerstand oproept. Je moet bijvoorbeeld niet meteen aankomen met een techniek die personeel vervangt.”

Wat we van WhiteTable in de Store of the Future zien, is dan ook ter ondersteuning van het personeel. Het bedrijf is voor deze gelegenheid gekoppeld aan Perry Sport. Op een witte tafel staan een paar schoenendozen. Pakt een klant Nike op, dan wordt er een filmpje over de schoen op de vloer geprojecteerd. ’Interactive storytelling’. „Het bevestigt het ouderwetse verkoopgesprek”, zegt Ron Bruinenberg van Perry Sport. Heeft de verkoper uitgelegd wat je met de schoen kan doen, dan verschijnt een oefening op de vloer. In dit geval een lijn waarop klanten de pieptest kunnen doen. „We gaan een nieuwe winkel in de Kalverstraat openen. Misschien dat we dit daar dan ook hebben”, aldus Bruinenberg.

Quix: „Deze winkel is een startpunt en geen eindpunt. Het is een laboratorium waar we uitzoeken hoe we naar de toekomst kunnen werken.” Dit met het oog op de consumenten van de toekomst, de millennials. De mensen die nu 12 tot 24 jaar oud zijn, vormen de andere reden voor de Store of the Future. „Zij zijn over vijftien jaar de belangrijkste consumentengroep. Daarom hebben we ze gevraagd een opstel te schrijven over hoe winkelen er in de toekomst uitziet”, vertelt Quix.

„70 procent verkiest de fysieke winkel boven online winkelen. Maar die fysieke winkel ziet er wel anders uit. Het is een speeltuin waar je mensen kunt ontmoeten en waar je producten kunt zien en uitproberen. Het is geen plek waar veel voorraad is en waar je wordt doodgegooid met producten. Deze consumenten willen niet alles meteen zien, maar wel alles meteen kunnen krijgen. Een uitdaging”, concludeert de onderzoeker. „Want hoeveel telefoons laat je bijvoorbeeld zien? Hoeveel modellen en hoeveel kleuren? Kortom, waar begint het en waar houdt het op.”

Wat veel millennials ook zeggen: „Ik hoef niet de eerste gebruiker te zijn.” Vandaar de aanwezigheid van Brandkids (nieuwe en tweedehands kinderkleding) en Leapp (refurbished Apple-producten). „De innovatie zit niet altijd in technologie. Innovatie kan ook een concept zijn”, benadrukt Quix. Al experimenteert Leapp in de Store of the Future wel met verkopen op afstand. Via hun website leidt een medewerker de klant

door de fysieke winkel. „Nu gebeurt dat nog met een webcam, maar straks met een bril, zodat je als klant echt door de ogen van de medewerker kijkt”, zegt Jeroen van den Berk van Leapp.

Of consumenten daarvoor te porren zijn, zal later uit hun reacties blijken. Quix: „We hebben niet de wijsheid in pacht. Dit is een samenspel tussen winkelier, consument en toeleverancier. Die bepalen wat er in de toekomst wel en niet gaat gebeuren.”

Uit Winkelen 23-06-2015 Den Haag Store of the Future Foto: Rene Oudshoorn opening van de Store of the Futu opening van de Store of the Future in Den Haag? Het is voor Uitwinkelen en het gaat over een winkel waar zowel ondernemers als consumenten kunnen zien welke innovaties er zijn op het gebied van winkelen. New Babylon (begane grond) Anna van Buerenplein 8__Ik ben erbij.

Het ruikt hier naar wifi

bron: Knack

De berichtgeving over de impact van wifi op de gezondheid is waarschijnlijk schadelijker dan de stralen zelf.

Door Marleen Finoulst

Wifi is een technologie die het mogelijk maakt draadloos data te versturen. De afkorting staat voor wireless fidelity, met een knipoog naar de term hifi (high fidelity) uit de audiowereld. Over de uitspraak (‘waifi’ of ‘wifi’) bestaat discussie, net als over de effecten op de gezondheid. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) spendeerde veel geld aan onderzoek naar de effecten op de gezondheid, en dat leverde tot nog toe enkel geruststellende rapporten op. Toch blijft de ongerustheid bestaan.

Niet krachtig genoeg

Bio-ingenieur en beleidsmedewerker Milieu en Gezondheid Mart Verlaek van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid legt geduldig uit hoe wifi werkt en waarom we niet bang hoeven te zijn. “Draadloze toestellen, zoals gsm’s en laptops met wifi, zenden informatie door via elektromagnetische golven van toestel naar antenne, van gsm-zender naar mast naar gsm-ontvanger of van laptop naar wifi-apparaat”, steekt hij van wal.

Er bestaan verschillende soorten elektromagnetische golven: radiogolven, infrarood licht, zichtbaar licht, ultraviolet licht, röntgenstralen, gammastralen… (zie figuur). Ze verschillen enkel in frequentie van elkaar. “De frequentie bepaalt de specifieke eigenschappen en de toepassing van elektromagnetische golven. Wifi en gsm’s zenden golven uit die bij de radiofrequente straling gerekend worden.” Ons lichaam reageert verschillend op velden van verschillende frequenties.

Elektromagnetische golven van hoge frequentie hebben voldoende energie om de verbinding tussen moleculen te breken. Daarom worden ze ioniserende straling genoemd. Een deel van de ultravioletstralen, röntgenstralen en gammastralen behoort tot deze categorie. Elektromagnetische golven met lagere frequenties, waarvan de energie niet sterk genoeg is om rechtstreeks moleculaire bindingen te breken, vallen onderniet-ioniserende straling. “De stralen afkomstig van wifi, gsm’s, maar ook elektriciteit en microgolfovens zitten in dat deel van het elektromagnetische spectrum.”

Thermische schade

Zendtoestellen die wifi gebruiken, zenden niet-ioniserende stralen uit. “Dit type straling kan schade berokkenen door materie op te warmen”, benadrukt Mart Verlaek. “Dit noemt men thermische schade. Wetenschappers zijn het erover eens dat dergelijke straling pas schadelijk wordt wanneer ze het lichaam meer dan 1°C opwarmt, dat blijkt uit studies. Die temperatuursstijging kan het lichaam niet makkelijk kwijtraken.”

Thermische schade van die grootteorde kan ook leiden tot weefsel- en DNA-schade, met een hoger kankerrisico als mogelijk gevolg. “Zendtoestellen zijn echter zo gemaakt dat ze het lichaam nooit met 1°C kunnen opwarmen”, zegt Verlaek. “Bij het opmaken van normen voor zendtoestellen wordt ook een zeer ruime veiligheidsmarge in acht genomen om kwetsbare groepen te beschermen en om onzekerheden op te vangen.”

Ook het zendvermogen van wifi is beperkt; daarom kun je het niet over grote afstanden gebruiken. Een wifi-repeater, om bijvoorbeeld in de tuin te kunnen internetten of om in een goed geïsoleerde zolderkamer online te kunnen terwijl de router op de gelijkvloerse verdieping staat, vangt de golven van de router op en zendt ze door zonder ze te versterken.”

Geruchten

Op het internet gonst het van de geruchten dat elektromagnetische radiofrequente stralen schadelijk zijn voor de gezondheid. “Telkens wanneer onrustwekkende krantenkoppen waarschuwen voor wifi, merken we een toename van ongerustheid onder de bevolking”, stelt Mart Verlaek vast. “Op tal van websites worden studies verzameld die de schadelijkheid moeten aantonen, maar die geven meestal een selectie van studies die twijfels laten bestaan. Zowel de WHO als de Europese Unie laten het hele plaatje zien door nauwgezet alle onderzoeken te verzamelen over de impact van niet-ioniserende straling op de gezondheid.

De conclusie van alle tot nog toe gepubliceerde rapporten is eensluidend: er zijn geen aanwijzingen dat wifi schadelijk is.” Toch zijn er een paar onzekerheden, vervolgt Verlaek. “De technologie is nog vrij jong, waardoor we nog niet beschikken over een kijk op de langetermijneffecten op de gezondheid. Bovendien evolueert de technologie bijzonder snel, waardoor studieresultaten soms moeilijk vergelijkbaar worden.”

Ondertussen is wifi zeer wijdverspreid, heeft zowat iedereen een gsm en gebruiken de meeste mensen wifi, thuis en op kantoor. “Op een meter afstand van een wifi- router is de blootstelling al zeer laag”, verzekert Mart Verlaek. “De blootstelling neemt wel toe. Het datavolume dat via draadloze netwerken wordt doorgezonden verdubbelt ieder jaar.” Om al die gegevensuitwisseling aan te kunnen, worden gsm- masten bijgeplaatst om meer capaciteit te garanderen. “De recente 4G-technologie heeft voor heel wat extra antennes gezorgd.”

Ondanks die exploderende blootstelling is er geen sprake van normoverschrijding, zelfs niet in de buurt van gsm-antennes, zo tonen simulaties uitgevoerd door de overheid. In België is de norm voor gsm-masten overigens strenger dan wat Europa voorschrijft. De afstand tot een gsm-mast geeft overigens geen informatie over de hoeveelheid straling. Hun zendvermogen hangt af van de dekking die ze moeten verzorgen in een bepaald gebied. Een gsm-mast in een stad kun je niet vergelijken met een gsm-mast op de buiten.

Ongeruste burgers

Mensen die zich ongerust maken wordt soms aangeraden minder of korter bellen, de gsm niet aan het oor te houden en een oortje te gebruiken. Nochtans zijn er geen wetenschappelijk onderbouwde aanwijzingen dat bellen met een gsm aan je oor schadelijk is. “Met dat advies wordt ingespeeld op een maatschappelijk fenomeen, met als doel de hardnekkige angst te verminderen, zelfs al ontbreekt een duidelijke wetenschappelijke onderbouw.”

Vooraleer een gsm-mast geplaatst wordt, wordt de blootstelling altijd vooraf berekend om normoverschrijding te vermijden. “Ramen met zonnewering hebben een dempend effect op elektromagnetische stralen. Let wel: als je van binnen naar buiten belt met een gsm, moeten de elektromagnetische stralen doorheen de barrière geraken en gaat je gsm dus meer stralen uitzenden.” Mensen kunnen de elektromagnetische straling in hun woning laten meten, via een aanvraag bij de afdeling milieu-inspectie van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie. Vlaanderen behandelt gemiddeld 150 dergelijke aanvragen per jaar.

De toekomstige leider is een algoritme?

van: werktrends.nl

Het werken om ons heen verandert in een adembenemend tempo. We bevrijden ons uit de cubicles en haasten ons naar een flexplek of cappuccinobar, of werken vanuit huis met een kind op schoot. Niet alleen de manier van werken wordt flexibeler, maar ook de inhoud. We weten nu al zeker dat onze baan over vijf jaar behoorlijk zal zijn veranderd en dat vergt nu al een plooibare instelling.

In al dat tumult kan het leiderschap niet achterblijven. De ‘baas’ moet mee veranderen of raakt overbodig: misschien zal de baas zoals wij hem kennen wel plaats moeten maken voor een ander concept van leiderschap. Ik poneer vier stellingen over de leiders van de toekomst.

Stelling 1: De toekomstige leider is geen manager
In de klassieke managementliteratuur ziet de organisatie eruit als een stamboom met vertakkingen, een model dat ook bekend staat als ‘de vork’. We zijn er rijk mee geworden in het industriële tijdperk. In tal van organisaties blijkt dat deze vorm van hiërarchie helemaal niet meer nodig is: de rol van de manager is immers het sturen van processen en die vereist andere eigenschappen dan de innovatie en inspiratie die een echte leider biedt. In een flexibele organisatievorm komen deze eigenschappen niet meer automatisch bij elkaar op de trapjes van de ladder.

Een van de meest vergaande vorm om rollen flexibel aan mensen te koppelen, heet ‘holacratie’, een model dat de organisatie in zelfsturende cirkels opdeelt. Zelfsturende teams doen het werk volgens een constitutie. Er is in deze organisatievorm geen baas meer, maar leiderschap en management zijn onverminderd van belang.

Stripfiguur Dilbert, het archetype van de kantoorklerk, zou vast proberen een spaak in het spreekwoordelijke wiel van de holacratie te steken. Maar wellicht houdt de technologie hem tegen. Scott Adams, de tekenaar van het stripje, houdt een geestige blog bij en schreef al in 2012 dat hij denkt dat algoritmes de meeste managementtaken zouden kunnen overnemen. Het gaat immers vooral over het in kaart brengen en optimaliseren van processen en dat kunnen computers beter. “Ik zou zeggen dat de meeste mensen in het management nul leiderschapsvaardigheden hebben, dus de lat ligt niet erg hoog”, schrijft Adams cynisch. Computers kunnen bovendien “net zo vaak een lastige zak zijn als nodig is”.

Hebben computers naast het management ook een taak in het leiderschap? Ik denk van wel.

Stelling 2: De toekomstige leider is een algoritme

In 2014 nam een algoritme met de naam Vital plaats in de Raad van Bestuur van het bedrijf Deep Knowledge Ventures, een durfinvesteerder op het gebied van medicijnontwikkeling. Vital stemt daadwerkelijk mee met investeringsbesluiten.

Je kunt aantekenen dat het hier om een gimmick gaat – wat is immers het verschil met een computerprogramma dat een aanbeveling doet dat de mensen in de Raad van Toezicht al dan niet overneemt? Dat verschil moge klein zijn, maar Vital onderstreept dat in een tijd van Big Data, grote onzekerheid en dito verandering de besluitvorming in het bedrijfsleven niet meer zonder de intelligentie van machines kan om de concurrentie bij te kunnen benen.

Stelling 3: De toekomstige leider is een vrouw (v/m)
Zoals mens en machine in de toekomst zullen moeten samenwerken voor optimale resultaten, zullen mannen en vrouwen dat ook moeten doen. Daarbij gaat het niet zo zeer om het geslacht van de personen in kwestie, maar eerder om het benutten van diversiteit.

Een onderzoek in de Harvard Business Review onderzocht bij 64.000 mensen wat als belangrijkste competenties voor moderne leiders werd gezien, en of je die als masculien of feminien kon typeren. Acht van de tien (expressie, toekomstgerichtheid, redelijkheid, loyaliteit, flexibiliteit, geduld, intuïtie en samenwerking) staan aan de feminiene kant, slechts twee (besluitvaardigheid op plek 3 en weerbaarheid op 8) aan de masculiene kant.

Misschien gaan vrouwen het ook echt beter doen dan mannen. Alhoewel ook mannen feminiene kwaliteiten kunnen hebben, mits ze deze toelaten en/of worden geaccepteerd. De Financial Times berichtte dat vrouwelijke managers van investeringsfondsen beter presteren dan mannen. Volgens de krant omdat vrouwen meer risico-avers zijn en ook in turbulente tijden achter hun beslissingen blijven staan.

In elk geval zal de klassieke baas, wiens taakomschrijving en -opvatting nog stammen uit een tijd waarin de mannen het voor het zeggen hadden, snel zijn uitgerangeerd – of het nu een man is of een vrouw.

Stelling 4: De toekomstige leider ben je zelf
De baan van de toekomst biedt niet meer de zekerheden van weleer. Voor steeds meer mensen zal het daarom zaak zijn om het leiderschap van hun eigen carrière ter hand te nemen. Dat kan door je creatieve vermogens te benutten binnen een zelfsturend team, jezelf te ontplooien als zzp’er of op een geheel andere wijze.

Om in stormachtig weer te kunnen varen, zal je goed koers moeten houden. De échte leider van toekomst ben je daarom zelf.

Over Farid Tabarki

  • Founding director Studio Zeitgeist
  • Trendwatcher of the Year 2012 – 2013
  • Columnist Het Financieele Dagblad
  • Jongste (en enige dertiger) op de lijst van Top 200 meest invloedrijke Nederlanders
  • Zie ook: www.studiozeitgeist.eu

Meer lezen over de toekomst van werk? Download hier een recent whitepaper van The Economist Intelligence Unit, in opdracht van Ricoh (PDF).

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met NRC Media.